Rouw komt in mijn werk dagelijks voorbij. Ik sta er graag bij stil want het is zo’n belangrijk onderdeel van het totale spectrum van al onze emoties die ons de mens maken die we op dat moment zijn.
Rouw heeft natuurlijk vele verschijningsvormen.
Mensen die -een deel van- hun gezondheid hebben moeten inleveren, leven vaak met een voortdurend proces van verlies. Hun partners en familieleden rouwen mee, ieder op een eigen manier. Rouw stopt nooit; het verandert slechts van gedaante, krijgt andere kleuren, vormen of andere betekenissen.
Soms is het zacht en stil, soms rauw en pijnlijk, soms kan aandacht er aan geven troosten. Rouw is altijd in beweging en vraagt aandacht, tijd en ruimte. Of soms simpelweg de toestemming om te mogen voelen.

Toch geloof ik dat rouw ook gevierd mag worden. Niet omdat het licht of vrolijk is, maar omdat het waarde heeft wanneer we er eerbiedig bij stilstaan. Door aandacht te geven aan rouw ontstaat er een nieuw verhaal, een creatie die je niet kunt afdwingen maar die vrijkomt als je jezelf toestaat om te voelen.
Rouw kan deuren openen (en andere wellicht juist sluiten) naar inzichten of nieuwe manieren van leven. Creativiteit, rituelen, stilte, zang, nieuwe wegen inslaan – het zijn allemaal ingrediënten die kunnen helpen om betekenis te geven aan wat verloren is.
In onze Zing-Cirkel-trainingen gebruiken wij het Naamzingen voor mensen of dieren die we missen: op het moment dat we de namen zingen zijn wij met onze volle aandacht bij hen en worden zij in onze cirkel geëerd.

Rouw is voor mij als aan een pan waarin je roert. Ik kiest de ingrediënten van mijn rouwproces, bepaal de smaak, het tempo, de geur. Het is mijn unieke recept, passend bij mijn leven en manier van verwerken. Rouwen betekent ook een plek creëren voor verdriet – en dat maakt je niet zwakker, maar juist een heler mens.
En rouw kan groeien in plaats van afnemen: hoe langer je iets of iemand mist, hoe groter de ruimte soms wordt die het in je inneemt.
Soms is er maar één iemand nodig die jou begrijpt en naar je luistert om je gedragen te voelen.
In mijn eigen rouw om het verlies van mijn ouders, mijn ouderlijk huis en de tuin die ik zo liefdevol verzorgde, deed ik kort geleden een nieuwe ontdekking.
Ik vond een tuin die ik mocht overnemen van een oude dame. In deze tuin kwam zoveel samen, meer dan ik ooit had verwacht! De creativiteit van mijn moeder, de klusgeest van mijn vader en zijn grote liefde voor de natuur.
Door die tuin lijken mijn ouders dichterbij dan ooit. Ze inspireren me opnieuw, zoals ze dat vroeger al deden. Als ik in de tuin ben, is het net of ik ze op een nieuwe manier dichter bij me heb dan de afgelopen jaren dat ik ze zo miste.
En tegelijkertijd schreeuwt soms ook harder het verdriet door hun afwezigheid en mijn verhalen die ik zo graag met ze had willen delen…
Rouw is daardoor verdriet en inspiratie tegelijk, zoals de kleine treurwilg in mijn nieuwe tuin die nu al, in de winter, nieuwe knoppen maakt…

Ik wens je dat deze koudere tijd, waarin we vanzelf meer naar binnen keren, je een liefdevol en warm moment mag geven om bij je rouw stil te staan – en dat er naast het licht op het verdriet misschien ook een nieuw licht mag vallen op wat het je heeft gebracht.
Dit lied van de Taizé monniken zegt voor mij alles wat ik je in deze blog wilde delen:
Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur,
dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft.
Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur,
dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft.
Ik wens je een mooie en gedenkwaardige laatste maand van dit jaar!
Hartelijke groet,
Maartje de Lint